Amon

De god Amon, die later Amon-Ra werd, was het brandpunt van het meest complexe theologische systeem van het oude Egypte. In zijn uitgebreide vorm combineerde Amon-Ra in zichzelf de twee tegenovergestelde wezensvormen van goddelijkheid: de verborgene en de openbarende.
De naam Amon (‘’Imn’’) verwijst naar zijn essentiële wezenskenmerk, want de betekenis hiervan is ‘’de verborgene’’ of ‘’de geheime’’. Volgens de mythe was zijn werkelijke naam onbekend, hetgeen wijst op zijn onkenbare wezen. Het tweede element van zijn naam Ra was de gewone Egyptische term voor de zon. In dit element, dat ook de naam was van de zonnegod van Heliopolis, werd Amon geopenbaard. De naam Amon-Ra verschijnt al voor 2000 v. Chr. op een stèle van de gouverneur Intef in Thebe.
Amon wordt al genoemd in de Piramidenteksten en hoewel de verwijzingen schaars zijn, tonen zij hem als een oergod, een symbool van scheppingskracht. Amon was ook bekend als een van de goden van de ogdoade van Hermopolis, waar hij Amaoenet als echtgenote had. Of hij oorspronkelijk ook uit Hermopolis komt is niet duidelijk, een andere mogelijkheid is dat hij een god is uit de omgeving van Thebe. In ieder geval is het in Thebe dat de macht van Amon zich ontwikkelt, hoewel hij in eerste instantie minder belangrijk was dan de oorlogsgod Montoe, de oorspronkelijke hoofdgod van de stad. Gedurende de 1e Tussentijd groeide de macht van Amon en dit wordt versneld als Amonemhat I de macht grijpt in Thebe en de 12e dynastie sticht in 1991 v. Chr. Al in de 12e dynastie draagt Amon de epitheta ‘’Amon aan het hoofd van Karnak, Heer van de tronen van de beide landen’’, ‘’Amon-Ra, koning der goden’’, ‘’Eerste van de goden’’ en ‘’Koning’’.
Juist het verborgen aspect van Amon maakte het makkelijk om tot syncretisme met andere goden te komen. Amon werd geïdentificeerd met Montjoe en al spoedig verving hij Montjoe als de beschermer van Thebe. Toen de macht van Thebe toenam werd de identificatie van Amon met Ra meer benadrukt. Dit syncretisme betekende niet dat de ene god in de andere overging, maar betekende eigenlijk de schepping van een nieuwe god. Amon en Ra waren nog steeds twee aparte goden, maar het samengaan van de twee was een uiting van eenheid van goddelijke kracht. Daarnaast waren er nog combinaties zoals Amon-Ra-Atoem, Amon-Ra-Montjoe, Amon-Ra-Horachte en Amon-Min.
Met name van zijn buurmangod Min van Koptos (Achmim) heeft hij zijn uiterlijk overgenomen. Min staat nagenoeg altijd ithyphallisch afgebeeld en blijkt het principe te vertegenwoordigen van de goddelijke scheppingskracht. Hij wordt vaak blauw of zwart afgebeeld, verwijzend naar oertijd waaruit hij evolueerde. Meestal wordt bij Min een slaplant afgebeeld en een primitief kapelletje uit Koptos. Zijn ene arm is opgeheven om, volgens latere auteurs, de maan te vangen. Vanwege de schelpdieren die ook bij Min worden afgebeeld wordt gedacht dat hij verbonden is met de kust van de Rode Zee en met het oosten. Min is als god van de woestijn en de beschermgod van de gouddelvers en de mineralen-werkers meegegaan met de omzwervingen van de mensen en zo geïntroduceerd in het Nijldal. Amon nam hem geheel in zich op en nam tevens het grootste deel van de theologie van Koptos over. Dit betekende dat hij zowel de rol als scheppergod overnam als zijn taak als woestijngod en tevens als schepper van alle rijkdom aan mineralen. Dit beeld paste goed in de oneindigheid van het karakter van Amon.

Al vroeg verkreeg Amon-Re de titel ‘’koning der goden’’ en de uitbreiding van het rijk maakte hem tot een universele god. In de 25e dynastie was Amon-Ra de hoofdgod van het Nubische koninkrijk Napata.
Volgens de ‘’geboortemythe’’ was Amon-Ra de fysieke vader van de farao en zo ontstond er een nauwe binding tussen de god en de farao. Volgens de officiële staatstheologie werd Egypte geregeerd door Amon-Ra d.m.v. de farao, terwijl de god door orakels zijn wil kenbaar maakte. Daarnaast werd hij de kampioen van de armen en de focus van persoonlijke vroomheid. Zijn priesters werden de meest invloedrijke in Egypte en dat ging goed zolang de politieke krachten en de religieuze krachten elkaar tot wederzijds voordeel steunden. Soms waren er echter conflicten, zoals tijdens de regering van Achnaton, waarin zelfs de naam van Amon werd verwijderd. Tijdens de 21e dynastie waren het juist de priesters in Thebe die ook de politieke macht droegen en was Thebe een soort godsstaat.

Amon-Re was de Egyptische scheppergod bij uitstek. Zijn verbinding met de lucht (daarom zijn vaak blauwe huidskleur) als een onzichtbare kracht maakte deze ontwikkeling ook gemakkelijk. Hij schiep zichzelf, dus zonder vader en moeder.
Gedurende het Nieuwe Rijk werd de theologie van Amon-Ra in Thebe erg gecompliceerd. Zijn positie als koning der goden groeide tot een punt dat bijna monotheïstisch genoemd zou kunnen worden. In de meest uitgewerkte theologische uitingen van Amon-Ra zijn de andere goden symbolen geworden van zijn macht of zijn manifestaties van Amon-Ra, terwijl hij zelf de enige en allerhoogste goddelijke macht is. Deze absolute suprematie van Amon-Ra kwam al tot uitdrukking in de zonnehymnen in de graven uit de 18e dynastie in Thebe. Als Amon is hij geheim, verborgen en mysterieus, maar als Re was hij zichtbaar en gekend. Hoewel eeuwenlang de Egyptische religie flexibel en open is geweest, ook voor tegengestelde mythologische uitingen, kwam de Thebaanse theologie van Amon-Re dichtbij het vestigen van een orthodoxe doctrine.

Naast het dagelijks tempelritueel zijn er talrijke feesten voor Amon in Karnak. Behalve het Opetfeest is er nog het Dalfeest, waarin de god de dodentempels bezoekt op de westoever. Verder is er het feest ‘’het opheffen van de hemel’’ en ‘’het binnengaan in de hemel’’, ook neemt Amon deel aan de algemene feesten, zoals het “Nieuwjaarsfeest” en het ‘’Oogstfeest’’. Tenslotte zijn er feesten waarvan de betekenis niet duidelijk is, bijv. 30e dag, 6e maand: ‘’feestdag van Amon’’ of vier dagen in de 9e maand: ‘’De uittocht van de god na het nieuwe maanfeest’’.

Net zoals vele andere goden vormde Amon-Ra een triade, in dit geval met Moet en Chonsoe. Het heilige dier van Amon-Ra was oorspronkelijk de gans en soms werd Amon-Ra, net zoals Geb, de ‘’Grote Gakkeraar’’ genoemd. De ram, symbool van vruchtbaarheid, werd later zijn belangrijkste theriomorfe symbool en de gans verdween naar de achtergrond. Amon wordt echter altijd in antro-pomorfe vorm afgebeeld en nooit als een ram of als een man met een ramskop (?).
Uiteindelijk neemt Amon-Ra de verschillende mythologische oergodvoorstellingen in zich op en wordt hij de vader van alle dingen en wordt ook met Noen gelijkgesteld. Medinet Haboe geldt als graf van de oudste Amon, de ‘’vader van de vaders, de moeder van de moeders’’ en Amon werd er vereerd in zijn gestalte als oergod. Hij neemt dan de gestalte van een slang aan en wordt Kematef (= ‘’degene die zijn tijd volbracht heeft’’) genoemd.

Met een mogelijk uitzondering van Osiris is Amon-Ra de meest uitgebreide gedocumenteerde van alle Egyptische goden. De teksten en de afbeeldingen van Amon-Re zijn te talrijk om ze te catalogiseren en de uitgebreide variëteit van zonnehymnen en theologische teksten zorgen voor een enorme hoeveelheid materiaal om zijn karakter en functie te doorgronden.

Foto: Wikipedia