Banebdjedet

Over de oorsprong van Banebdjedet, een oude ramgod, is nog weinig te zeggen. Ba is een onomatopee voor ram en het woord klinkt hetzelfde als ba, het beweeglijke element van de mens na zijn dood. Mythologisch werd Banebdjedet gezien als de ba van Osiris, maar in de Late Tijd werd dit uitgebreid tot de ba van Ra, Sjoe, Geb en Osiris. Dit droeg bij tot het belang van deze god in de Late Tijd. Als een ramgod werd hij ook sterk verbonden met krachtige seksuele macht. Een verslag op de eerste pyloon van de tempel van Medinet Haboe vertelt dat Tatjenen zich veranderde in Banebdjedet om gemeenschap te hebben met de moeder van de farao om zo de vader van de farao te worden. In papyrus Chester Beatty I uit de regering van Ramses V, over de strijd tussen Seth en Horus, speelt Banebdjedet een belangrijke rol bij het volgen van het advies van Neith.
Over de god werd veel geschreven door klassieke auteurs, zoals Strabo, Pindarus en Diodorus van Sicilië, waardoor Banebdjedet in de oudheid heel bekend werd. Met name in de Grieks-Romeinse Tijd werd Banebdjedet verbonden aan de god Pan. Als vruchtbaarheidssymbool was de bok voor de Grieken makkelijker te accepteren dan de Egyptische ram. Als Banebdjedet als bok wordt afgebeeld, bijv. op de papyrus van Her-weben, dan heeft hij nog wel de hoorns van een ram.

Banebdjedet wordt afgebeeld als een ram, als een man met een ramskop, maar soms ook alleen als een ramskop. Vanaf het Nieuwe Rijk wordt hij vaak afgebeeld met vier koppen, als symbool dat hij de ba is van vier goden.

In DB 42 worden de armen van de dode gelijkgesteld met de god Banebdjedet.

Foto: Wikipedia