Moet

Beeld van de godin Moet in het Luxor Museum

Eén van de vele godinnen die in het oude Egypte vereerd werd was de godin Moet. Moet speelt geen belangrijke rol in de Egyptische mythologie; haar naam wordt zelden gevonden in de piramidenteksten, de sarcofaagteksten of het Dodenboek. Zij wordt vaak afgebeeld in de tempels in Thebe en elders als echtgenote van Amon, maar er is weinig over haar bekend. Bonnet noemt haar ‘’in de kern een kleurloze, plaatselijke godin’’; Bleeker beoordeelt haar ‘’als een tamelijke bleke figuur die er alleen in slaagde wat te worden als vrouw van de machtige Amon’’ en Roeder zegt van haar dat ‘’zij geen vast omschreven karakter had’’.
Tot in de 70-er jaren van de 20e eeuw was de tempel van Moet in Karnak een van de minst opgegraven plaatsen in Thebe. Pas in 1976 begon R. Fazzini van het Brooklyn Museum hier op te graven.

Haar naam wordt geschreven met de gier met flagellum, soms met een (vrouwelijke) ‘’t’’ erbij. In de regel wordt zij als een vrouw (met een mensenhoofd) afgebeeld, soms met een leeuwenkop. Zij kan ook verschijnen als een uraeus of als een kat. Zij wordt nooit als gier afgebeeld en de theorie dat zij oorspronkelijk een gierengodin is geweest moet volgens Te Velde worden afgewezen. De gierenkap die zij draagt (samen met de dubbele kroon) heeft zij gemeen met vele andere godinnen. De naam van de godin zou oorspronkelijk niets anders betekenen dan moeder. Voorgaande en het feit dat Moet kan worden afgebeeld met een kind op haar schoot en zij de moeder is van Chonsoe kan wijzen op haar status als moedergodin. Moet is echter geen archaïsche moedergodin gezien haar late verschijning.
Vanaf de 18e dynastie wordt Moet constant afgebeeld in de tempels en neemt zij als echtgenote van Amon een belangrijke positie in de Egyptische religie in. Samen met Amon en Chonsoe vormt zij de Thebaanse triade. Senenmoet heeft aan de tempel van Moet in Karnak-Zuid gebouwd en het lijkt erop dat Moet tijdens de regering van Hatsjepsoet ‘’doorbreekt’’. Haar naam wordt voor het eerst in Karnak gevonden op de blokken van een gebouw uit de tijd van Amenhotep I. Het is onbekend waarom, wanneer en hoe zij werd geïntroduceerd in het cultuscentrum van Amon.

Moet verschijnt nog niet in de mythe van de geboorte van de goddelijke koning in Deir el Bahri, terwijl zij wel een rol speelt in de versie van de tempel van Luxor uit de tijd van Amenhotep III. Deze farao en de farao’s na hem worden zoon van Amon en Moet genoemd. Toch is Hatsjepsoet de eerste farao van wie gezegd wordt ‘’geboren uit Moet en Amon’’. Vaak wordt Moet de moeder van de farao genoemd en de bevalling van de godin en de geboorte van het goddelijke kind werden gevierd in Karnak. Zij geeft kracht aan zwangere vrouwen en helpt bij het baren op gepaste tijd. Maar als moedergodin heeft Moet speciale trekken die haar onderscheiden van andere moedergodinnen. Zij is niet de goddelijke moeder, zelfs met een kind op schoot draagt zij vaak de dubbele kroon. Moet is de enige godin die de pschent over de gierenkap draagt; in het uitzonderlijke geval dat andere godinnen de pschent dragen, wordt er gezegd dat zij de kroon van Moet dragen. Dit kan niet betekenen dat zij een koningin is in de zin van echtgenote van Amon, de koning van de goden, juist omdat de pschent niet de kroon van de koningin is. Moet is daarom een van de godinnen van de koninklijke waardigheid en de kroning, die het koningschap personifiëren.
Gezien haar autoriteit kon zij soms ook agressief en afschrikwekkend zijn. In tegenstelling tot alle andere godinnen kan zij worden afgebeeld als een agressieve vrouw met een penis, die haar tegenstanders schrik aanjaagt.

Moet wordt de “Meesteresse van Asjeroe”(nbt jsrw) genoemd. De exacte betekenis van het woord is niet bekend. Sinds de 18e dynastie duidt het speciaal de plaats in Karnak-Zuid aan, waar de tempel van Moet was.

In het gevolg van Amon werd Moet in vele plaatsen in Egypte en Nubië vereerd. Zoals Amon zelf tot zonnegod wordt, zo groeit Moet uit naar ‘’Meesteresse van de hemel’’ en ‘’Oog van Re’’. Deze opwaardering van Moet tot zonne-oog doet Moet de leeuwengestalte ingaan, want het zonne-oog openbaart zich in de leeuwengodinnen.
Moet personifieert het zich voortdurend vernieuwende goddelijk koningschap.

Vele Egyptische personennamen zijn gevormd met de naam Moet, meer dan met de namen van enige andere godin, speciaal vrouwennamen, maar ook die van mannen; één van de bekendste is Senenmoet, de vertrouweling van Hatsjepsoet. Kiki veranderde zijn naam in Samoet (zoon van Moet) en in zijn graf prijst hij de godin als volgt:
‘’Degene die Moet haar beschermeling maakt, geen god weet hoe hij hem moet aanvallen, de favoriet van de koning van zijn tijd, is degene die voort gaat in aanzien.
Degene die Moet haar beschermeling maakt, hem zal geen kwaad aanvallen en hem zal elke dag onderdak verleend worden totdat hij zich met de necropolis verenigt.
Degene die Moet haar beschermeling maakt, hoe gelukkig is zijn leven! De gunsten van de farao die zijn lichaam begenadigen behoren tot degenen, die haar in zijn hart plaatst.
Degene die Moet haar beschermeling maakt als hij te voorschijn komt uit de baarmoeder, gunst en lot zijn zijn deel en schoonheid op tichelstenen. Hij is bestemd voor eer.
Degene die Moet haar beschermeling maakt, hoe gelukkig is hij die zij lief heeft. Geen god zal hem wegwerpen, degene die niet weet wat dood is.’’

Foto: Wikipedia