Montjoe

Montjoe op de achterzijde van de kapel van Seti II op de open hof in Karnak

Montjoe komt al voor in de Piramidenteksten, maar wordt met name tijdens de 11e dynastie (mede door farao Montjoehotep Neb Hepet Ra) een belangrijke god in het gebied rond Thebe. Montjoe heeft tempels in Armant, Tod, Medamoed en in Thebe zelf. Al gedurende de 12e dynastie wordt hij overvleugeld door de god Amon,maar Montjoe blijft tot in de Late Periode “Heer van Thebe”. Meestal wordt Montjoe afgebeeld met en valkenkop met zonneschijf met twee uraei en twee veren op zijn kop. Hij wordt vaak geassocieerd met Ra en wordt dan Montjoe-Ra genoemd, het is dan niet verwonderlijk dat hij vanaf het Nieuwe Rijk als gezellin de godin Rait-taoei heeft, hun kind is Hor-pa-Ra (Horus de zon); oudere bronnen noemen als zijn gezellin de godinnen Tjenenet en Joenit.
De belangrijkste taak van de farao is het handhaven van Ma-at, dit houdt o.a. in dat de farao Egypte en haar onderdanen moet verdedigen tegen het kwaad. Het kwaad overwinnen kan zich uiten in het verslaan van vijanden door de farao. Montjoe is bij uitstek de god die de farao daarbij helpt, zowel tijdens krijgshandelingen als sportieve uitingen handelt de farao “gelijk Montjoe”.
Montjoe kan soms verschijnen in de gedaante van een stier, valk of griffioen. Tijdens de 25e dynastie is er weer een opleving van de populariteit van Montjoe. Naast zijn rol als oorlogsgod, wordt Montjoe(-Ra) beschouwd als een universele zonnegod; hij speelt geen rol in het dodengeloof.
In Armant is er een Boechiscultus, de Boechisstier werd gezien als een manifestatie van Montjoe. In de tempel van Medamoed was ook een Boechiscultus, waar de Boechisstier als orakel geraadpleegd werd.