Opet

Opet in de Opettempel

Opet (ook wel Ipet genoemd) is een goedaardige beschermgodin in de gedaante van een nijlpaard. Zij lijkt veel op de godin Taweret, die net als Opet, de zwangere vrouw en het ongeboren kind beschermt en haar bij de geboorte bijstaat. Zij zal echter nooit geheel in Taweret opgaan. Zij wordt meestal afgebeeld als een nijlpaard staande op haar achterpoten van een leeuw. Haar armen zijn meestal die van een vrouw, die vaak weer in leeuwenklauwen eindigen. Soms wordt zij net als Taweret zwanger afgebeeld met vrouwelijke borsten. Haar rug en staart zijn die van een krokodil en soms heeft zij op haar rug een complete krokodil.
Haar naam betekent waarschijnlijk “voedster”, “vroedvrouw” of “favoriet”. Zij komt al in de piramidenteksten voor, waar de farao aan haar vraagt om aan haar borst te mogen drinken zodat hij nooit dorst of honger zal hebben. In het Dodenboek wordt zij ook wel genoemd “Meesteres van de magische bescherming”. Haar funeraire rol brengt haar in verbinding met Hathor, Patrones van de Thebaanse necropolis. Opet ziet toe of het ontwaken van de dode goed verloopt en beschermt de slapende. Zij heeft een sterke band met Thebe en omgeving; mogelijk is zij ooit beschouwd als de personificatie van de stad. In Thebe werd zij beschouwd als de moeder van Osiris en dat verklaart haar rol in funeraire sfeer.
Op het vignet bij Dodenboek 137B (“Spreuk voor de toortsen”) van Nebseni wordt Opet afgebeeld met een toorts en lichtkaarsen van wierook om licht en warmte te verspreiden voor de dode. Ook hier geldt haar apotropaïsche (kwaadafwerende) karakter. De enige tempel gewijd aan Opet is de Opettempel in Thebe, hoewel het de vraag is of deze tempel wel aan Opet isgewijd gezien de belangrijke rol die Osiris en Amon in deze tempel spelen.

Foto: Jan Koek